Io vivat nostrorum sanitas

Het ‘Io vivat’ wordt traditioneel gezongen bij de opening van het academisch jaar van de Universiteit Leiden, nu alweer twee dagen geleden. De tekst van het lied is volledig in het Latijn, en zelfs als je dat vertaald heb ik vaak nog steeds het idee naar een tekst van enkele honderden jaren oud te kijken. Als ik toch probeer er iets van te maken, interpreteer ik dat het een lied is dat het leven, de gezondheid en de vriendschap viert. Met honderden studenten en hoogleraren wordt gezamenlijk gezongen, ‘lang leve onze gezondheid’. Persoonlijk acht ik de kans groot dat veel mensen die wel meezongen, zich helemaal niet zo gezond voelden, net als ik.

De zomer is goed voor me geweest. Ik heb het geluk gehad met een geweldige groep een week over de Friese meren en de Noordzee te mogen varen. Niet alleen was het weer heerlijk en de omgeving prachtig om te zien, de mensen maakten al het verschil in de wereld. Iedereen had zich opgegeven om een weekje te genieten, en in de buitenlucht waaide ieder mogelijk aanwezig masker al snel af en genoot iedereen van de mooie eigenschappen die iedereen te bieden had. Voor het eerst in tijden kon in niet alleen iedereen in mijn directe omgeving echt waarderen, maar voelde ik me zelf ook gewaardeerd om wie ik was, zonder dat ik mezelf anders voor hoefde te doen. Die week kon ik mezelf vergeven als ik op mijn eigen grenzen probeerde te letten en vroeg naar bed ging en me helemaal overgeven aan de open en eerlijke sfeer die tussen alle deelnemers heerste.

Na terugkomst bleef dit gevoel hangen. Voor het eerst in voor mijn gevoel al weer anderhalf jaar voelde ik me goed. Ik werd vrolijk wakker en ging vrolijk naar bed, en tussendoor genoot ik van de dag en wist ik zelfs mezelf redelijk te onderhouden. Schoonmaken, wassen en koken waren geen problemen meer, en ik ging zelfs steeds meer genieten van verschillende recepten proberen. Mijn voornaamste verplichtingen waren werk en voor mezelf zorgen en dat ging goed en ik keek zo uit naar het beginnen van het nieuwe collegejaar. Eindelijk een nieuwe start, en ik was er zo klaar voor. Het ritme, nieuwe mensen, nieuwe vakken en nieuwe energie.

De eerste dag zou ik een algemeen introducerend college hebben, tot introductie van de studie Rechtsgeleerdheid, en later aan het begin van de avond de eerste tutoraat bijeenkomst. Tijdens het eerste college zat ik al naast een vriend van de ElCid, waardoor het ondanks de overweldigende hoeveelheid van 500 andere eerstejaars, meteen gezellig voelde. In mijn tutorgroep leerde ik al snel andere mensen kennen, waaronder andere mensen van mijn nieuwe studentenvereniging, wat ook hier maakte dat ik me meteen thuis voelde. Toch voelde ik me doodop toen ik thuis kwam, en had ik het gevoel dat ik het allemaal niet aankon. Dat gevoel werd door de avond heen versterkt en uiteindelijk appte ik zo op de eerste dag van het nieuwe collegejaar, waar ik zo naar uitgekeken had, al naar mijn ouders “Het is te veel.”

Ik vond binnen een dag mezelf al niet meer goed genoeg. Ik had voor mijn gevoel toen al de voorbereidende opdrachten, want we mogen geen huiswerk zeggen, niet goed genoeg voorbereid. Ik had van mezelf moeten gaan sporten om weer af te vallen en om mijn conditie weer op te bouwen, en mijn kamer was een zwijnenstal, omdat ik al een tijdje niet meer genoeg had opgeruimd en schoongemaakt. En al die individuele puntjes maakten me boos op mezelf, teleurgesteld dat ik niet deed wat ik ‘moest doen’. Maar allemaal samen, maakte het dat ik bang was, doodsbang om terug te vallen. Bang om weer terug te vallen in oude gewoontes, maar vooral om oude gevoelens terug te krijgen.

En ik zal niet de eerste zijn, die met alle goede hoop het nieuwe collegejaar in ging, maar zo bang is dat het te veel is. Want studeren kun je niet half doen, je kunt niet studeren op de dagen en het even rustig aan doen als het even moeilijk gaat, dan loop je binnen no-time achter. Je moet er vol voor kunnen gaan, en met een mentale ziekte voelt dat soms zo goed als onmogelijk. Maar ik moet ook eerlijk tegen mezelf zijn. Veel mensen moeten wennen aan een nieuwe ritme, zoals de start van een collegejaar. Ik heb nog geen colleges gemist en ik heb altijd wel iets aan de voorbereidingen gedaan, en ik ben ook al gaan sporten en op de borrel geweest deze week! Ik kan niet aan mijn eigen verwachtingen voldoen, maar misschien ligt dat meer aan mijn verwachtingen dan aan mezelf. Ik vier niet de gezondheid, maar de moed van alle mensen, die ondanks hun worstelingen toch, net als ik, dit collegejaar met nieuwe moed ingaan, klaar om dit jaar te vechten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s