Snijden

Ik weet niet zo goed waarom ik het doe. Ik kan niet precies een vinger leggen op wat er precies hetzelfde was de keren dat ik gesneden heb, de enige overeenkomst die ik kan bedenken is dat ik mezelf gesneden heb, en dat ik het nooit bij een keer kan laten. Op een of andere manier is niet verslavender dan die paar momenten na het maken van een snee. Als je het mes weghaalt zie je eerst niets, en dan heel voorzichtig zie je eerst een smalle rode lijn ontstaan, alsof je huid wijkt voor een zachte lichtrode kleur. Dan zie je daarna snel op specifieke plekken druppels ontstaan. Vooraf kun je niet voorspellen waar, maar zelfs als je je huid weer schoonmaakt, ontstaan de druppels op dezelfde plekken. Ik vermoed dat daar dan blijkbaar een klein bloedvat vlak onder je huid liep. Als je meerdere sneden maakt, krijg je een soort speels stippen patroon op je arm. Het is verslavend om naar te kijken en zo snij je door. Elke keer dat een snee niet van begin tot eind rood wordt, of er geen grote druppels vormen, voel ik me zwak. Zwak dat ik blijkbaar niet harder of dieper kon snijden, dat ik het lef niet heb, dat ik niet durf, en dat is zwak.

Ik weet ook niet zo goed waarom ik weer stop. Op een gegeven moment is het gewoon genoeg. Ik verlang nog wel naar meer, maar toch doe ik het dan niet meer. Soms denk ik tijdens het snijden al aan de consequenties. De vorige keer heeft het ruim een maand geduurd voordat het helemaal genezen was, en ik heb heel lang met de littekens rond moeten lopen. Dat kan ik tijdens het snijden bedenken, en toch doorgaan. Toch is het dan niet perse klaar. Ik voel er ook heel weinig bij. Ik kan me soms heel ongelukkig voelen, er volledig doorheen zitten en alleen maar huilen, maar zodra ik snij heb ik rust. Het heeft niets met pijn te maken, het doet nauwelijks pijn, het is niet eens noemenswaardig. Als ik tussendoor stop komt het verdrietige gevoel soms terug, dan moet ik heel erg huilen, en verder snijden geeft me dan rust. Misschien stop ik uiteindelijk gewoon uit uitputting. Ik slaap best heel lekker als ik gesneden heb, ik voel me ergens trots op het kunstwerk dat ik op mijn pols gecreëerd heb. Ik vind het jammer dat ik het moet verbergen. Nu heb ik het klein gehouden, zodat het hopelijk precies onder mijn horloge past en ik nog gewoon naar mijn werk kan. Maar ik zou liever doorgaan en mijn kunstwerk daarna met trots mogen dragen.

Terwijl ik dit schrijf merk ik hoe fucked up mijn gedachten zijn geworden, maar hoe goed ik ook weet dat dat mijn depressie is, de gedachten zijn er toch, en ze bestaan naast mijn gewone, eigen, zelf. Ooit ga ik misschien weer helemaal mezelf zijn, maar voor nu mag ik van geluk spreken als mijn eigen zelf en mijn depressieve zelf naast elkaar bestaan, en mijn depressieve zelf niet, letterlijk, het heft in handen neemt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s