Paniek

Soms kan ik ineens geen adem meer halen. Ik voel de denkbeeldige muren op topsnelheid naar me toe bewegen en ik heb geen idee meer wat ik moet doen. Ik voel de tranen in mijn ooghoeken opwellen en de kracht uit m’n benen wegzakken. Ik stort in. Letterlijk.

Ik lig als een bolletje op de grond of op m’n bed. De paniek in mijn hoofd is zo groot dat ik niets anders weet te doen dan met beide handen mijn hoofd vastpakken. Mijn ademhaling gaat snel en schokkerig, met korte of lange pauzes tussendoor waarin ik niet adem. Ik weet wat gaat komen en dat maakt mijn stres alleen maar groter. Ik wil niet, ik wil het niet zien en ik wil het niet voelen, maar vaak komt het toch. Het lijkt uit het niets te komen, een beeld van doorgesneden polsen. Mijn doorgesneden polsen. Het bloed stroomt langs mijn armen, mijn bloed. Ik laat m’n hoofd los en kijk naar mijn handen en mijn polsen. Hier ziet alles er nog normaal uit, maar in gedachten niet meer. Het schiet door mijn hoofd hoe makkelijk het zou zijn. Met de vingers van m’n linker hand beweeg ik langs mijn rechter pols. Ik voel hoe zacht mijn huid is, hoe teder, hoe makkelijk kapot te maken. De tranen stromen over m’n wangen en mijn hele licht trilt en schokt.

De hele dag leidde eigenlijk al naar dit moment toe. Bij het opstaan had ik moeite met gaan ontbijten, ik bleef makkelijk op de bed rand zitten en staar voor me uit. Na het ontbijt zit ik nog een half uur op de bank niets te doen. Ik merk aan mezelf dat ik niets kan doen. Ik wil wel graag studeren of opruimen, maar de motivatie om überhaupt te bewegen mist al. Ik voel me alleen, ik weet niet met wie ik kan praten, wie ik kan appen of wat ik kan gaan doen. Meer dan wat dan ook heb ik behoefte aan contact, ik wil gewoon praten met iemand. Later op de dag kom ik iemand tegen die ik vertrouw, maar ik klap volledig dicht. Ik voel me bezwaard, ik kan hier niemand mee lastig vallen. Als ik hiermee al bijna niet kan leven, waarom zou ik het dan zo nodig ook iemand anders aan moeten doen? Ik weet dat het een ongezonde gedachte is, die me niet helpt en het contact met vrienden bemoeilijkt. Door dit soort gedachten voel ik me vervreemd van mijn vrienden, geloof ik niet meer dat ik vrienden heb. De andere persoon maakt een opmerking over wat gaan drinken, ‘ik zou best naar de tering willen gaan vanavond’ grap ik. Vanaf de andere kant wordt dit lachend beaamd. Dan gaat hij weg en ben ik weer alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s